Bedankt dat u heeft gekozen voor een Lenovo® ThinkBook Plus Gen 7 Auto Twist-product! Deze gebruikershandleiding bevat alle basisinformatie over uw Lenovo ThinkBook Plus Gen 7 Auto Twist, waaronder, maar niet beperkt tot, de functies, specificaties, het besturingssysteem, de sneltoetsen op het toetsenbord, het energiebeheer, de firmware-instellingen en de veelgestelde vragen. Bekijk deze handleiding te bladeren en te leren hoe u uw Lenovo ThinkBook Plus Gen 7 Auto Twist kunt gebruiken.

Gebruikershandleiding Lenovo ThinkBook Plus Gen 7 Auto Twist

Maak kennis met de intelligente volgmodi! Verhoog uw productiviteit!

Lenovo ThinkBook Plus Gen 7 Auto Twist

Maak kennis met de intelligente volgmodi! Verhoog uw productiviteit!

Gezicht volgen Pictogram Gezicht volgen
Voice Free Stem volgen-pictogram

Overzicht

Vooraanzicht met scherm open
Voorkant
Bovenaanzicht met scherm open
Bovenkant
Linkeraanzicht met aansluitingen
Linkerkant
Rechteraanzicht met aansluitingen en bedieningselementen
Rechterkant
Onderkant
Onderkant
Achterkant
Achterkant

Belangrijkste voorzieningen

Meer ontdekken

Auto Twist gebruiken in de praktijk

Specificaties

Auto Twist gebruiken in de praktijk

Windows-besturingssysteem

Auto Twist gebruiken in de praktijk

Ingebouwd beeldscherm

Auto Twist gebruiken in de praktijk

Unieke Lenovo-apps

Auto Twist gebruiken in de praktijk

Configuratieprogramma voor firmware

Veelgestelde vragen

Probeer een van de volgende oplossingen om het probleem te verhelpen.
  • Koppel alle externe apparaten los, inclusief een USB-stick, externe harde schijf, printer, dockingstation en zelfs een muis en toetsenbord, omdat een defect extern apparaat kan verhinderen dat de pc opstart.
  • Probeer een andere compatibele voedingsadapter om uw pc aan te sluiten op een werkend stopcontact.
  • Gebruik het hulpprogramma Opstartherstel van Windows als u het Windows-logo nog steeds ziet.
    1. Start de pc op en wacht totdat het Windows-logo (of een ander logo) wordt weergegeven.
    2. Zodra het logo verschijnt, houdt u de aan/uit-knop ingedrukt totdat de pc wordt uitgeschakeld.
    3. Zet de pc weer aan en herhaal de vorige stap.
    4. Zet de pc weer aan. Windows zou het scherm Automatisch herstellen moeten weergeven.
    5. Selecteer Geavanceerde opties ➙ Opstartherstel.
  • Gebruik een herstelpunt dat op uw computer is opgeslagen of gebruik een herstelstation om Windows te herstellen.
Probeer een van de volgende oplossingen om het probleem te verhelpen.
  • Stel het stuurprogramma van de grafische kaart opnieuw in door te drukken op de toets met het Windows-logo + Ctrl + Shift + B.
  • Start de pc opnieuw op.
    1. Houd de aan/uit-knop ingedrukt totdat de pc volledig is uitgeschakeld.
    2. Wacht ongeveer 15 seconden.
    3. Druk op de aan/uit-knop om de pc op te starten.
  • Bepaal de hoofdoorzaak van het probleem nadat u uw pc opnieuw hebt opgestart.
  • – Sta toe dat de gewenste muis de pc uit de slaapstand activeert.
    1. Typ apparaatbeheer in het Windows-zoekvak en druk op Enter.
    2. Selecteer de gewenste muis onder Muizen en andere aanwijsapparaten.
    3. Schakel onder Energiebeheer de optie Dit apparaat mag de computer activeren in.
    4. Selecteer OK.
  • – Schakel snel opstarten uit, omdat dit conflicten kan veroorzaken met de slaap- of sluimerstand.
    1. Typ Configuratiescherm in het zoekvak van Windows en druk op Enter.
    2. Selecteer Hardware en geluiden ➙ Energiebeheer ➙ Het gedrag van de aan/uit-knoppen bepalen ➙ Instellingen wijzigen die momenteel niet beschikbaar zijn.
    3. Schakel Snel opstarten inschakelen (aanbevolen) uit.
    4. Selecteer Wijzigingen opslaan.
  • – Schakel activeringstimers uit omdat deze kunnen leiden tot instabiliteit van het systeem of een zwart scherm.
    1. Typ Configuratiescherm in het zoekvak van Windows en druk op Enter.
    2. Selecteer Hardware en geluiden ➙ Energiebeheer ➙ Wijzigen wanneer de computer in slaapstand gaat ➙ Geavanceerde energie-instellingen wijzigen.
    3. Selecteer Slaapstand ➙ Activeringstimers toestaan.
    4. Schakel activeringstimers uit voor Op batterij en Aangesloten.
    5. Selecteer Toepassen ➙ OK.
Probeer een van de volgende oplossingen om het probleem te verhelpen.
  • Zorg ervoor dat de voedingsadapter stevig is aangesloten op zowel het stopcontact als uw pc.
  • Controleer of de voedingsadapter en de aansluiting niet beschadigd zijn. Steek de voedingsadapter in een ander stopcontact.
  • Zorg ervoor dat u een voedingsadapter met het juiste vermogen gebruikt. Voedingsadapters met een laag vermogen kunnen problemen met het opladen van de batterij veroorzaken.
  • Start de pc opnieuw op.
  • Herstel het vorige stuurprogramma voor de batterij.
    1. Typ apparaatbeheer in het Windows-zoekvak en druk op Enter.
    2. Selecteer Microsoft AC-adapter of Microsoft ACPI-Compliant Control Method Battery onder Batterijen.
    3. Selecteer het tabblad Stuurprogramma en selecteer Vorig stuurprogramma.
    4. Klik op Ja om de vorige versie van het stuurprogramma voor de batterij te herstellen en de pc opnieuw op te starten.
  • Opmerking: Als de optie Vorig stuurprogramma niet beschikbaar is, heeft Windows geen eerder stuurprogramma dat kan worden hersteld. In dit geval kunt u proberen het batterijstuurprogramma bij te werken of te verwijderen via het tabblad Stuurprogramma.
  • Controleer de oplaadmodus van de batterij in Lenovo Vantage. In bepaalde modi stopt het opladen wanneer de batterij een bepaalde drempel bereikt om zo de gebruiksduur van de batterij te verlengen.
  • Werk het configuratieprogramma voor de firmware bij in Lenovo Vantage.
Probeer een van de volgende oplossingen om het probleem te verhelpen.
  • Gebruik uw pc niet bij hoge temperaturen of vrieskou, omdat extreme temperaturen de prestaties van de batterij beïnvloeden.
  • Koppel alle onnodige externe apparaten los.
  • Beperk achtergrondactiviteiten van apps die veel stroom verbruiken.
    1. Selecteer Instellingen ➙ Systeem ➙ Aan/uit en accu ➙ Accuverbruik.
    2. Onder Batterijverbruik per app ziet u de apps die veel stroom verbruiken. Beperk de achtergrondactiviteit van uw gewenste app door Meer opties pictogram Meer opties ➙ Achtergrondactiviteit beheren te selecteren.
    3. Onder Machtigingen voor achtergrond-app selecteert u Stroom geoptimaliseerd (aanbevolen) of Nooit om de achtergrondactiviteit van de app te beheren.
  • Schakel alle onnodige opstart-apps uit.
    1. Selecteer Instellingen ➙ Apps ➙ Opstarten.
    2. Schakel alle onnodige opstart-apps uit.
  • Pas de instellingen voor Aan/uit en accu aan.
    1. Selecteer Instellingen ➙ Systeem ➙ Aan/uit en accu.
    2. Stel bij Time-outs voor scherm, slaapstand en sluimerstand ➙ Op batterij kortere time-outs in voor Mijn scherm uitschakelen na en Apparaat in slaapstand zetten na.
    3. Selecteer bij Energiemodus ➙ Op batterij de optie Beste energie-efficiëntie.
  • Verlaag de schermhelderheid met behulp van F5 (of fn + F5) of via Instellingen ➙ Systeem ➙ Beeldscherm ➙ Helderheid.
  • Gebruik fn + Spatiebalk of fn + pijl-omlaag om de toetsenbordverlichting te verlagen of uit te schakelen.
    1. Start de pc opnieuw op.
    2. Typ hulp vragen in het zoekvak van Windows en druk op Enter.
    3. Typ problemen met blauw scherm oplossen in het zoekvak van de app Hulp vragen.
    4. Volg de stapsgewijze instructies.
Probeer een van de volgende oplossingen om het probleem te verhelpen.
  • Stel het stuurprogramma van de grafische kaart opnieuw in door te drukken op de toets met het Windows-logo + Ctrl + Shift + B.
  • Start de pc opnieuw op.
  • Controleer of Taakbeheer flikkert door op Ctrl + Alt + Delete of Ctrl + Shift + Esc te drukken.
  • – Als Taakbeheer ook flikkert, draait u het stuurprogramma voor het beeldscherm terug.
    1. Typ apparaatbeheer in het Windows-zoekvak en druk op Enter.
    2. Selecteer een beeldschermadapter onder Beeldschermadapters.
    3. Selecteer het tabblad Stuurprogramma en selecteer Vorig stuurprogramma.
    4. Selecteer Ja om het beeldschermstuurprogramma terug te zetten en uw pc opnieuw op te starten.
  • Opmerking: Als de optie Vorig stuurprogramma niet beschikbaar is, heeft Windows geen eerder stuurprogramma dat kan worden hersteld. In dit geval kunt u proberen het stuurprogramma bij te werken of te verwijderen via het tabblad Stuurprogramma.
  • – Als Taakbeheer niet flikkert, werkt u incompatibele apps bij of verwijdert u apps die waarschijnlijk de oorzaak van het probleem zijn.
    1. Zorg dat alle apps up-to-date zijn via de Microsoft Store of de website van de fabrikant.
    2. Controleer of het scherm flikkert in een specifieke app. Zo ja, verwijder dan de app.
Als u de helderheid van het beeldscherm niet kunt aanpassen, is mogelijk adaptieve helderheid ingeschakeld of is het stuurprogramma voor het beeldscherm verouderd. U kunt de volgende oplossingen proberen om het probleem te verhelpen:
  • Adaptieve helderheid uitschakelen:
    1. Ga naar Start ➙ Instellingen ➙ Systeem ➙ Beeldscherm.
    2. Schakel onder Helderheid de schakeloptie voor Helderheid automatisch aanpassen aan omgevingslicht uit.
    3. Stel onder Helderheid de optie Helderheid aanpassen op basis van inhoud in op Uit.
  • Het stuurprogramma voor het beeldscherm bijwerken:
    1. Typ Apparaatbeheer in het Windows-zoekvak en druk op Enter.
    2. Selecteer het pijlpictogram > naast Beeldschermadapters om dit gedeelte uit te vouwen.
    3. Klik met de rechtermuisknop op de beeldschermadapter, selecteer Stuurprogramma bijwerken en volg de aanwijzingen op het scherm.
Probeer de volgende oplossingen om het probleem te onderzoeken en te verhelpen:
  • Start de computer opnieuw op.
  • Verwijder tijdelijke bestanden en maak meer schijfruimte vrij op uw computer. Ga voor meer informatie naar https://support.microsoft.com/disk_cleanup.
  • Verwijder onnodige programma's uit de lijst met opstartprogramma's:
    1. Open het menu Start en selecteer Instellingen ➙ Apps ➙ Opstarten.
    2. Schakel in het gedeelte Opstarten de schakelaar uit voor programma's die niet automatisch moeten worden opgestart wanneer u zich bij Windows aanmeldt.
  • Verwijder onnodige of ongebruikte software.
  • Scan op virussen en malware met de antivirussoftware die op uw computer is geïnstalleerd.
  • Werk het Windows-besturingssysteem bij.
    Download de nieuwste updates via Windows Update. Ga voor meer informatie naar https://support.microsoft.com/windows_update.
  • Herstel uw Windows-besturingssysteem. Afhankelijk van uw specifieke situatie kunt u uit verschillende herstelopties kiezen. Ga voor meer informatie naar https://support.microsoft.com/windows_recovery.
  • Repareer ontbrekende of beschadigde systeembestanden met behulp van het hulpprogramma System File Checker. Ga voor meer informatie naar https://support.microsoft.com/system_file_checker.
Als uw camera niet kan worden gestart of gevonden, probeert u een voor een de volgende oplossingen om het probleem te verhelpen:
    1. Controleer of uw camera niet is losgekoppeld of wordt afgedekt:
  • Als u een externe camera gebruikt, zorg er dan voor dat u deze op een werkende USB-aansluiting op uw computer hebt aangesloten.
  • Als u een ingebouwde camera gebruikt, zet u het cameraschuifje of de cameraschakelaar in de stand 'aan'.
    1. Als u een ingebouwde camera gebruikt, is deze mogelijk uitgeschakeld. De camera inschakelen:
  • a. Open het menu Start en klik op Instellingen ➙ Bluetooth en apparaten ➙ Camera.
  • b. Controleer of de camera is aangesloten of uitgeschakeld. Schakel de camera in als deze is uitgeschakeld.
    1. De apps die u gebruikt, hebben mogelijk geen toegang tot de camera. Toegang geven tot de camera:
  • a. Open het menu Start en selecteer Instellingen ➙ Privacy en beveiliging ➙ Camera.
  • b. Schakel de opties Cameratoegang en Apps toegang verlenen tot uw camera in.
    1. De instellingen van de antivirussoftware kunnen de toegang tot de camera blokkeren. Ga naar de instellingen van de antivirussoftware en sta toegang toe.
    2. Het stuurprogramma van de camera is mogelijk verwijderd of is verouderd. Het camerastuurprogramma bijwerken:
  • a. Typ apparaatbeheer in het Windows-zoekvak en druk op Enter.
  • b. Klik op Apparaatbeheer in de lijst met resultaten. Het venster Apparaatbeheer wordt geopend.
  • c. Klik op het pijlpictogram > naast Camera om dit gedeelte uit te vouwen.
  • d. Klik met de rechtermuisknop op de camera die u wilt bijwerken.
  • e. Selecteer Stuurprogramma bijwerken en volg de aanwijzingen op het scherm.
    1. Als de camera nog steeds niet werkt, voert u de automatische probleemoplosser voor de camera in de app Hulp vragen uit. De app Hulp vragen openen:
  • a. Open het menu Start en klik op Instellingen ➙ Privacy en beveiliging ➙ Camera.
  • b. Blader helemaal omlaag. Klik op Assistentie en volg de aanwijzingen op het scherm.
Als u audioproblemen ondervindt, zoals geen geluid of slecht werkend geluid, probeer dan de volgende oplossingen om het probleem te verhelpen:
  • Ga naar Start ➙ Instellingen ➙ Systeem ➙ Geluid om te controleren of de apparaten voor geluidsuitvoer of -invoer correct zijn geselecteerd en het volume goed is ingesteld.
  • Voer de probleemoplosser voor geluid uit:
    1. Ga naar Start ➙ Instellingen ➙ Systeem ➙ Geluid.
    2. Zoek Algemene geluidsproblemen oplossen onder Geavanceerd, selecteer Uitvoerapparaten of Invoerapparaten en volg de instructies op het scherm om het probleem op te lossen.
  • Ga voor meer oplossingen voor audioproblemen naar https://support.lenovo.com/solutions/ht501860.
Als uw toetsenbord niet werkt of de verkeerde tekens typt, probeert u de volgende oplossingen om het probleem te verhelpen:
    1. Zorg ervoor dat het toetsenbord goed is aangesloten.
  • Als u een bedraad toetsenbord gebruikt, controleert u of het correct is aangesloten op uw computer of probeert u het toetsenbord aan te sluiten op een andere compatibele aansluiting op de computer.
  • Als u een draadloos toetsenbord gebruikt, controleer dan of het toetsenbord is ingeschakeld. Controleer of de dongle op de juiste manier op uw computer is aangesloten of dat de Bluetooth-verbinding met uw computer tot stand is gebracht.
    1. Controleer of de instellingen voor de toetsenbordindeling correct zijn. Voer de volgende stappen uit:
  • a. Ga naar Instellingen ➙ Tijd en taal ➙ Taal en regio.
  • b. Klik onder Voorkeurstalen op de drie horizontale puntjes naast uw primaire taalvoorkeur en selecteer Taalopties.
  • c. Controleer de toetsenbordindeling onder Geïnstalleerde toetsenborden en voeg het overeenkomstige toetsenbord toe als u niet het juiste toetsenbord gebruikt.
    1. Controleer of het toetsenbord in goede staat verkeert. Voer de volgende stappen uit:
  • a. Typ apparaatbeheer in het Windows-zoekvak en druk op Enter.
  • b. Klik op Apparaatbeheer in de lijst met resultaten. Het venster Apparaatbeheer wordt geopend.
  • c. Klik op het pijlpictogram > naast Toetsenbord om dit gedeelte uit te vouwen.
  • d. Dubbelklik op het toetsenbord dat niet werkt en controleer de status.
  • e. Als het toetsenbord niet goed werkt, selecteert u Stuurprogramma via de tabbladen bovenaan en klikt u op Apparaat verwijderen om het apparaat te verwijderen.
  • f. Gebruik Windows Update om automatisch het nieuwste stuurprogramma te installeren.
    1. Controleer of de plaktoetsen en de filtertoetsen zijn uitgeschakeld. Voer de volgende stappen uit:
  • a. Open het menu Start en klik op Instellingen ➙ Toegankelijkheid ➙ Toetsenbord.
  • b. Schakel de schakelopties Plaktoetsen en Filtertoetsen uit.
    1. Start de computer opnieuw op.
Probeer de volgende oplossingen om het probleem te onderzoeken en te verhelpen:
  • Controleer of de instellingen voor de toetsenbordindeling correct zijn. Voer de volgende stappen uit:
    1. Ga naar Instellingen ➙ Tijd en taal ➙ Taal en regio.
    2. Klik onder Voorkeurstalen op de drie horizontale puntjes naast uw primaire taal en selecteer Taalopties.
    3. Controleer de toetsenbordindeling onder Geïnstalleerde toetsenborden en voeg het overeenkomstige toetsenbord toe als u niet het juiste toetsenbord gebruikt.
  • Soms typt het toetsenbord onjuiste tekens omdat u automatische correctie van spelfouten hebt ingeschakeld. U schakelt deze functie als volgt uit:
    1. Ga naar Instellingen ➙ Tijd en taal ➙ Typen.
    2. Selecteer de schakeloptie voor Spelfouten automatisch corrigeren om deze uit te schakelen.
  • Controleer of het toetsenbordstuurprogramma in goede staat verkeert. Voer de volgende stappen uit:
    1. Typ Apparaatbeheer in het Windows-zoekvak en druk op Enter.
    2. Selecteer Apparaatbeheer in de lijst met resultaten. Het venster Apparaatbeheer wordt geopend.
    3. Selecteer het pijlpictogram > naast Toetsenborden om dit gedeelte uit te vouwen.
    4. Dubbelklik op het toetsenbord dat niet werkt en controleer de status.
    5. Als het toetsenbord niet goed werkt, selecteert u het tabblad Stuurprogramma bovenaan en selecteert u Apparaat verwijderen om het apparaat te verwijderen.
    6. Gebruik Windows Update om automatisch het nieuwste stuurprogramma te installeren.
Als de achtergrondverlichting van uw toetsenbord niet werkt, probeert u de volgende oplossingen om het probleem te verhelpen:
    1. Pas de achtergrondverlichting van het toetsenbord aan door op de toetsencombinatie fn + Spatiebalk te drukken.
    2. Open het configuratieprogramma voor de firmware en druk op de toetsencombinatie fn + Spatiebalk om te controleren of de achtergrondverlichting van het toetsenbord werkt. Als de achtergrondverlichting aan is tijdens het configuratieprogramma voor de firmware, werkt u de UEFI BIOS bij naar de nieuwste versie.
    3. Werk het stuurprogramma voor het toetsenbord bij:
  • a. Typ Apparaatbeheer in het Windows-zoekvak en druk op Enter.
  • b. Klik op het pijlpictogram naast Toetsenborden om het gedeelte uit te vouwen.
  • c. Klik met de rechtermuisknop op het toetsenbord dat u wilt bijwerken.
  • d. Selecteer Stuurprogramma bijwerken en volg de aanwijzingen op het scherm.
Als uw touchpad niet reageert, hebt u deze mogelijk uitgeschakeld of is het stuurprogramma van de touchpad verouderd of defect. U kunt de volgende oplossingen proberen om het probleem te verhelpen.
  • De touchpad inschakelen:
    1. Ga naar Start ➙ Instellingen ➙ Bluetooth en apparaten ➙ Touchpad.
    2. Schakel de schakeloptie Touchpad uit.
  • Opmerking: U kunt ook op de touchpadsneltoets pictogram van touchpadsneltoets drukken of op de toetsencombinatie fn + M om de touchpad in of uit te schakelen.
  • Het stuurprogramma van de touchpad bijwerken:
    1. Typ Apparaatbeheer in het Windows-zoekvak en druk op Enter.
    2. Selecteer het pijlpictogram > naast Human Interface-apparaten om dit gedeelte uit te vouwen.
    3. Klik met de rechtermuisknop op de touchpad, selecteer Stuurprogramma bijwerken en volg de instructies op het scherm.
  • Als er een probleem met de touchpad optreedt na een recente stuurprogramma-update, volgt u de onderstaande instructies om het vorige geïnstalleerde stuurprogramma te herstellen:
    1. Typ Apparaatbeheer in het Windows-zoekvak en druk op Enter.
    2. Selecteer het pijlpictogram > naast Human Interface-apparaten om dit gedeelte uit te vouwen.
    3. Klik met de rechtermuisknop op de touchpad en selecteer Eigenschappen.
    4. Selecteer Vorig stuurprogramma onder Stuurprogramma en volg de aanwijzingen op het scherm.
Als uw touchpad niet zo snel of nauwkeurig reageert als u verwacht, kunt u de volgende oplossingen proberen.
  • Zorg ervoor dat het oppervlak van de touchpad schoon, droog en vrij van vuil of olie is. Maak het voorzichtig schoon met een zachte, pluisvrije doek.
  • Koppel alle externe muizen, toetsenborden of andere USB-apparaten los. Een defect randapparaat kan soms cursorvertraging veroorzaken.
  • Ga naar Start ➙ Instellingen ➙ Bluetooth en apparaten ➙ Touchpad en pas de cursorsnelheid aan.
  • Het stuurprogramma van de touchpad bijwerken:
    1. Typ Apparaatbeheer in het Windows-zoekvak en druk op Enter.
    2. Selecteer het pijlpictogram > naast Human Interface-apparaten om dit gedeelte uit te vouwen.
    3. Klik met de rechtermuisknop op HID-compatibel touchpad, selecteer Stuurprogramma bijwerken en volg de instructies op het scherm.
Als uw ventilator ongewoon geluid maakt, kunt u de volgende oplossingen proberen.
  • Beëindig toepassingen of processen die veel stroom verbruiken, maar niet in gebruik zijn om zo het ventilatorgeluid te verminderen:
    1. Typ Taakbeheer in het Windows-zoekvak en druk op Enter.
    2. Beëindig toepassingen of processen die veel stroom verbruiken, maar die niet in gebruik zijn.
  • Pas de werkstand van uw computer aan in de vooraf geïnstalleerde app Lenovo Vantage. Als sneltoets kunt u ook de toetsencombinatie fn + Q gebruiken.
  • Het besturingssysteem of stuurprogramma's bijwerken naar de nieuwste versie.
Als u geen toegang hebt tot e-mail, niet op internet kunt surfen of geen muziek kunt streamen, bent u waarschijnlijk niet verbonden met het netwerk en hebt u geen toegang tot internet. U kunt de volgende oplossingen proberen om het probleem te verhelpen.
  • Controleer de status van de netwerkverbinding:
    1. Selecteer het gedeelte met snelle instellingen pictogram Netwerk, Geluid of Batterij rechts op de taakbalk.
    2. Controleer of Wi-Fi is ingeschakeld.
    3. Controleer of Verbonden wordt weergegeven onder de naam van het netwerk. Als er een andere status dan Verbonden wordt weergegeven, selecteert u een Wi-Fi-netwerk dat u herkent in de lijst met beschikbare netwerken. Klik vervolgens op het netwerk en probeer verbinding te maken.
  • Controleer de vliegtuigstand:
    1. Selecteer Start ➙ Instellingen ➙ Netwerk en internet ➙ Vliegtuigstand.
    2. Zorg ervoor dat Vliegtuigstand is uitgeschakeld.
  • Voer een automatische diagnose uit:
    1. Klik met de rechtermuisknop op het netwerkpictogram Netwerkpictogram rechts op de taakbalk.
    2. Selecteer Netwerkproblemen vaststellen en volg de aanwijzingen op het scherm.
  • Het Wi-Fi-netwerk vergeten en opnieuw verbinding maken:
    1. Selecteer Start ➙ Instellingen ➙ Netwerk en internet ➙ Wi-Fi ➙ Bekende netwerken beheren.
    2. Selecteer uw Wi-Fi-netwerk en selecteer daarna Vergeten.
    3. Maak opnieuw verbinding met het netwerk door het te selecteren en het wachtwoord in te voeren.
  • Start uw modem en draadloze router opnieuw op.
Als u geen verbinding kunt maken met Bluetooth, probeert u de volgende oplossingen een voor een:
  • Controleer of Bluetooth wordt ondersteund en is ingeschakeld op zowel uw computer als uw Bluetooth-apparaat. Voer de volgende stappen uit om Bluetooth op uw computer in te schakelen:
    1. Selecteer het gedeelte Snelle instellingen pictogram Netwerk, Geluid of Batterij aan de rechterkant van de taakbalk.
    2. Controleer bij de snelle instellingen voor Bluetooth of Bluetooth is ingeschakeld. Selecteer anders het Bluetooth-pictogram om dit in te schakelen.
  • Start het Bluetooth-apparaat opnieuw op.
  • Controleer of het Bluetooth-apparaat is opgeladen of voldoende stroom heeft.
  • Zorg ervoor dat uw Bluetooth-apparaat zich binnen de vereiste afstand voor de Bluetooth-verbinding van uw computer bevindt.
  • Controleer of uw computer niet in de vliegtuigstand staat. Voer de volgende stappen uit:
    1. Selecteer het gedeelte Snelle instellingen pictogram Netwerk, Geluid of Batterij aan de rechterkant van de taakbalk.
    2. Zorg ervoor dat de vliegtuigstand is uitgeschakeld onder de snelle instelling voor de vliegtuigstand. Selecteer anders het pictogram Vliegtuigstand om deze uit te schakelen.
  • Zorg ervoor dat uw Bluetooth-apparaat niet te dicht staat bij andere USB-apparaten die op uw computer zijn aangesloten. Niet-afgeschermde USB-apparaten kunnen de Bluetooth-verbinding verstoren.
  • Verwijder uw Bluetooth-apparaat en voeg het opnieuw toe:
    1. Selecteer Start ➙ Instellingen ➙ Bluetooth en apparaten ➙ Apparaten.
    2. Selecteer Meer opties bij het Bluetooth-apparaat waarmee u problemen ondervindt.
    3. Selecteer Apparaat verwijderen om het Bluetooth-apparaat te verwijderen.
    4. Selecteer het gedeelte Snelle instellingen pictogram Netwerk, Geluid of Batterij aan de rechterkant van de taakbalk.
  • Opmerking: Zorg ervoor dat Bluetooth op uw computer en op het Bluetooth-apparaat is ingeschakeld. Zorg ervoor dat het apparaat kan worden herkend.
    1. Selecteer Bluetooth-apparaten beheren (>) bij de snelle instellingen voor Bluetooth om dit gedeelte uit te vouwen.
    2. Selecteer het apparaat wanneer dit wordt weergegeven in de lijst Nieuwe apparaten en volg de aanwijzingen op het scherm.
  • Voer de probleemoplosser voor Bluetooth uit:
    1. Selecteer Start ➙ Instellingen ➙ Systeem ➙ Problemen oplossen ➙ Andere probleemoplossers.
    2. Zoek het gedeelte Bluetooth, selecteer Uitvoeren en volg de aanwijzingen op het scherm.
  • Verwijder het stuurprogramma van de Bluetooth-adapter. Windows installeert automatisch het nieuwste stuurprogramma.
    1. Typ Apparaatbeheer in het Windows-zoekvak.
    2. Selecteer Apparaatbeheer in de lijst met resultaten. Het venster Apparaatbeheer wordt geopend.
    3. Selecteer het pijlpictogram > naast Bluetooth om dit gedeelte uit te vouwen.
    4. Klik met de rechtermuisknop op het Bluetooth-apparaat waarmee u problemen ondervindt en selecteer Apparaat verwijderen.
    5. Bevestig in het venster Apparaat verwijderen dat u dit apparaat van uw systeem wilt verwijderen en selecteer Verwijderen.
    6. Start uw computer opnieuw op nadat het stuurprogramma is verwijderd. Windows installeert automatisch het nieuwste stuurprogramma.
    7. Als Windows het stuurprogramma niet automatisch opnieuw installeert, opent u Apparaatbeheer en selecteert u Zoeken naar gewijzigde apparaten op de werkbalk (het pictogram van het vergrootglas).
Als u uw Windows-wachtwoord bent vergeten en dit opnieuw wilt instellen, kunt u de volgende stappen uitvoeren.
  • Ga als volgt te werk als u beveiligingsvragen hebt ingesteld.
    1. Klik in het aanmeldingsscherm op Wachtwoord opnieuw instellen nadat u een onjuist wachtwoord hebt ingevoerd.
  • Opmerking: Neem contact op met de beheerder als u geen optie ziet om het wachtwoord opnieuw in te stellen.
    1. Volg de aanwijzingen op het scherm om een nieuw wachtwoord in te stellen.
  • Doe het volgende als u een schijf voor wachtwoordherstel hebt gemaakt.
    1. Sluit de schijf voor wachtherstel aan op een USB-compatibele aansluiting op uw computer.
    2. Volg de aanwijzingen op het scherm om het wachtwoord opnieuw in te stellen.
  • Als u een beheerdersaccount hebt, gaat u als volgt te werk.
    1. Meld u aan bij uw computer met het lokale beheerdersaccount.
    2. Volg de aanwijzingen op het scherm om het wachtwoord opnieuw in te stellen.
Als uw computer is voorzien van een vingerafdruklezer en deze uw geregistreerde vingerafdruk niet herkent, probeer dan de volgende oplossingen om het probleem te verhelpen:
  • Maak de vingerafdruklezer schoon met een zachte microvezeldoek en zorg ervoor dat de vingerafdruklezer helemaal droog is voordat u deze opnieuw probeert te gebruiken.
  • Verwijder uw vingerafdruk en registreer deze opnieuw:
    1. Selecteer Start ➙ Instellingen ➙ Accounts ➙ Aanmeldingsopties ➙ Vingerafdrukherkenning (Windows Hello).
    2. Selecteer Verwijderen om de geregistreerde vingerafdruk te verwijderen.
    3. Registreer de vingerafdruk opnieuw.
  • Werk het stuurprogramma voor de vingerafdruklezer bij:
    1. Typ Apparaatbeheer in het Windows-zoekvak en druk op Enter.
    2. Selecteer het pijlpictogram > naast Biometrische apparaten om dit gedeelte uit te vouwen.
    3. Klik met de rechtermuisknop op het stuurprogramma voor de vingerafdruklezer, klik op Stuurprogramma bijwerken en volg de instructies op het scherm.

Zelfhulpbronnen